02. De Koninklijke Walvis van Oostende
Op vier november 1827 werd op zee door de bemanning van het vissersvaartuig “Dolfyn” het drijvende lijk van een grote blauwe vinvis ontdekt. De vissers, die toen in feite “eigenaar” waren van het kreng, kregen de toestemming om de walvis gedurende een week tentoon te stellen. Toen dit nieuws bekend werd, kwamen heel veel nieuwsgierigen kijken.
Eén van die nieuwsgierigen was Herman Kessels, sinds 1824 visiteur van de havenrechten in Oostende en door zijn menslievende houding een graag geziene figuur in de stad. Hij kocht de walvis voor 3000 florijnen (guldens) en haalde er de vermaarde Franse zoöloog Cuvier bij om het beest te identificeren. Een paar dagen later werd door Louis Paret, een Bredenaarse taxidermist die een museum met opgezette dieren uitbaatte, begonnen aan de dissectie. Op 19 november was het skelet volledig schoongemaakt en werd het overgebracht naar een paviljoen dat Kessels er speciaal voor had laten maken. Dit paviljoen (zie afbeelding) dat zich aan de Keizerskaai (huidige Vindictivelaan) bevond, was 33 meter lang, 11 meter breed en 12 meter hoog. Het moest immers het 27 meter lange skelet kunnen huisvesten!
Herman Kessels schonk het skelet daarna aan Koning Willem I die tijdens de Hollandse Periode heerser was over onze gebieden. De overhandiging van het skelet ging niet onopgemerkt voorbij. Drie dagen lang vonden plechtigheden en banketten plaats waar de Oostendse rederijkerskamer, de schuttersgilden, verschillende muziekmaatschappijen enz. gretig aan meewerkten. Tijdens deze feestelijkheden werd de walvis dan ook “Koninklijke Walvis van Oostende” gedoopt.
In een week tijd bezochten 8000 mensen de walvis, voor die tijd een enorme toeloop! Tien dagen later vertrok het skelet op een heuse wereldreis. De walvis werd in zijn paviljoen door twee binnenschepen naar Gent getrokken om daar tentoongesteld te worden. Daarna reisde de walvis achtereenvolgens naar Brussel, ’s Gravenhage, Rotterdam, Antwerpen, Parijs, Londen, Frankfurt, Berlijn, Dresden, Wenen, Sint-Petersburg en Leipzig. Uiteindelijk werd het skelet in Rusland verkocht aan Balabin, een mecenas die het daarna aan het Zoölogisch Instituut (kijk even bij "Museum Collections") van de Academie voor Wetenschappen in Sint-Petersburg schonk. Het skelet staat er tot op vandaag nog steeds (zie afbeelding). Het is het pronkstuk van het rariteitenkabinet van de Academie en staat tentoon gesteld naast een opgezet paard, twee favoriete honden van Peter I en een anaconda!
Klik hier om verder te gaan.
Bronnen:
- EDEBAU, Frank en VILAIN Omer. 'De "Koninklijke" walvis van Oostende. 1827-1977'. De Plate, VI, 1977, 11, pp. 3-5
- KLAUSING, Jef. Het groot Oostendsch liedtboeck: liedjes en deuntjes van, uit en over Oostende. Aartrijke, E. Decock, 1991, pp. 495-506
- website Zoölogisch Instituut
