03. Enkele volksliederen over de walvis

Toen het skelet van de Walvis van Kessel door Graaf de Baillet in naam van de koning in ontvangst werd genomen, ging daar een groot banket mee gepaard. M. Bernaert stelde een prachtig exemplaar van banketdichtkunst op dat tijdens het eten op 20 april 1828 werd gezongen. We noteren in het bijzonder één strofe die zeer dicht bij een wel heel bijzondere prent uit het archief aanleunt (zie afbeelding):

On vit le public incertain
Entre l’Eléphant, les Osages,
Et la Giraffe au port hautain;
Ils se partageaient les suffrages.
Mais abaissez vos pavillons,
Eléphant et Giraffe vaine :
Vous n’êtes que des mirmidons
Auprès de la Baleine.
 

(vrije vertaling)

We aanschouwden het twijfelende publiek
Tussen de olifant, het skelet
En de giraf in de trotse havenstad;
Ze delen in de appreciatie.
Maar breek jullie tenten maar af,
IJdele olifant en giraf:
Jullie zijn maar dwergjes
Naast de walvis.
  


De destijds bekende volkslieddichter Arens maakte een lied over de walvis van Kessel voor de gewone man. Het lied vertelde het verhaal van een aantal meisjes die naar Oostende kwamen om de aangespoelde walvis te bekijken. We delen graag met u een kinderlied dat in de jaren vijftig door Ary Sleeks werd opgetekend en dat een overblijfsel is van het lied van Arens:

 

Moeder, ‘k hên noar Ostende gewist,
Noar die wolvis, noar die wolvis,
Moeder, ‘k hên noar Ostende gewist,
Noar dien overgrote vis.

Hij was zo lang, ‘k heb het gezien,
Honderd meters, honderd meters,
Hij was zo lang, ‘k heb het gezien,
Honder meters en dertien.  

Mietje rolde van den diek
Bij die wolvis, bij die wolvis
Mietje rolde van dien diek
Met heur roksje in de sliek.


Klik hier om verder te gaan.

 

Bron:

- KLAUSING, Jef. Het groot Oostendsch Liedtboeck: liedjes en deuntjes van, uit en over Oostende. Aartrijke, E. Decock, 1991, pp. 495-506