Ensor James (1860 - 1949)

° Oostende, 1860 - † Oostende, 1949

persoonlijke gegevens

Zijn vader -die universitaire opleiding genoot- was van gegoede Britse ouders (Brighton) die al goed vertrouwd waren met België.
Zijn moeder was een Oostendse uit een familie van handelaars in souvenir- en carnavalsartikelen.

loopbaan - oeuvre

In 1873 krijgt hij zijn eerste schilderlessen bij Edouard Dubar en Michel Van Cuyck. Wellicht had hij ook in deze periode reeds contacten met Willy Finch en Louis Artan. Vanaf 1876 maakt hij zelfstandig werk, vooral kleine landschappen uit de omgeving van Oostende, taferelen met vissers, marines...
Was leerling aan de Academie van Brussel (oktober 1877-mei 1880) bij Joseph Van Severendonck en Joseph Stallaert. Zijn medeleerlingen waren o.m. Willy Finch, Fernand Khnopff, Dario De Regoyos, F. Halkett en E. Broerman. Hij maakte tekeningen naar het gips, studies in olieverf naar het levend model of naar opgelegde onderwerpen van mythologische of religieuze aard.
Als academieleerling scoort hij zeer middelmatig in de proeven. In die periode maakt hij kennis met heel wat intelligentia en kunstenaars rond de figuur van de Brusselse hoogleraar en universiteitsrector Ernest Rousseau en diens vrouw Mariette Hannon. De moderne ideeën, ook over kunst die daar opgeld maken, zijn van enorme invloed op zijn intellectuele en artistieke vorming.

Na zijn vroegtijdig afgebroken academiestudies, vestigt hij zich definitief te Oostende. Gedurende de periode 1880-1886 ontstaan vooral marines, landschappen, stillevens, interieurs, vissers- en volkstypes, portretten in een sfeervolle impressionistische stijl met speciaal aandacht voor de lichtbehandeling en de impressionistische textuurweergave. (Burgersalon, 1881; Namiddag te Oostende, 1881; Russcische muziek, 1881; “Vrouw met blauwe halsdoek”, 1881; “Wanhopige dame”, 1882; “De afspraak”, 1882; “Stilleven met oesters”, 1882; “De rog”, 1882; “De dronkaard”, 1881; “De veerman”, 1883; “Zelfportret”, 1883).
De “Geërgerde maskers” uit 1883 is nog een genretafereel in de geest van zijn schilderijen en tekeningen met volkse motieven en staat los van zijn latere, symboolgeladen maskerschilderijen. Er ontstaan ook vele portretten van bevriende kunstenaars zoals: Willy Finch, Théo Hannon, Dario De Regoyos...

Omstreeks 1885 duikt een meer symbolistische thematiek op. Ensor is nu meer en meer -onder invloed van Turner en Rembrandt- gefascineerd door de dematerialisatie van het licht, iets wat duidelijk tot uiting komt in de reeks tekeningen “Les auréoles du Christ”. Dit zet zich ook door in de schilderijen (“Adam en Eva verjaagd uit het paradijs”, 1887; “De val der opstandige engelen”, 1889; “Christus bedaart de storm”, 1891). Hij gaat zich meer en meer met de Christusfiguur identificeren (“Intrede van Christus te Brussel”, 1888 en 1889; “Ecce Homo”, 1891).
Omstreeks 1890 introduceert hij het masker-thema, maar nu als symbool van de mens die zich verbergt, zijn ware aard niet laat zien. Ook de voorstelling van de dood en van monsterwezens kadert in dat concept (“Verbazing van het masker Wouse”, 1889; “De intrige”, 1890; “Geraamten twistend om een gevangene” 1891; “Muziek in de Vlaanderenstraat”, 1891; “Groteske zangers”, 1891). In en na 1888 bewerkt hij oudere werken waaraan hij elementen toevoegt (vooral maskers, skeletten en monsterkoppen): “Skelet bekijkt chinoiserieën”, 1885; “Het spookmeubel”, 1885. Een Zelfportret uit 1883 krijgt een bloemenhoed en de suggestie van een ronde nis, zoals in bepaalde barokke portretten.
Na 1896 eindigt de grote creative periode van Ensor. Hij maakt een aantal replica’s van enkele belangrijke werken uit de periode 1880-1884. Het begin van een lange zelfretrospectie. Er ontstaan nog heel wat poëtisch verfijnde werken: marines, landschappen, stillevens, portretten, interieurs, gelegenheidswerken... In heel wat schilderijen “citeert” hij oudere werken van hemzelf. Meestal missen ze de sterke zeggingskracht van voor 1896 en de voeling met de eigentijdse kunstevolutie is helemaal zoek.

Maakte als graficus een œuvre van 133 diepdrukprenten (etsen, wekewas, drogenaald). De eerste etsen ontstonden pas in 1896. De etsen bestaan veelal in meerdere, soms zelfs zeer zeldzame, staten. Het eigenlijke drukken liet hij over aan professionele prentendrukkers, die hij slechts enkele keren assisteerde. Tot ca. 1900 bleef de erkenning uit, tenzij in zeer beperkte kringen (familie Rousseau-Hannon, Van Cutsem, Emile Verhaeren, Eugène Demolder...)

verzamelingen

- Amsterdam, Stedelijk Museum;
- Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten;
- Antwerpen, Stedelijk Prentenkabinet;
- Berkeley, University Art Museum;
- Brugge, Stedelijke Musea;
- Brussel,Koninklijk Museum voor Schone Kunsten;
- Brussel, Koninklijke Bibliotheek, Prentenkabinet en Archives de la littérature;
- Brussel, Museum Hotel Charlier;
- Chicago, Art Institute;
- Den Haag, Gemeentemuseum;
- Fort Worth, Kimbell Art Museum;
- Gent, Museum voor Schone Kunsten.
- Karlsruhe, Staatliche Kunsthalle;
- Köln, Wallraf-Richartz-Museum;
- Kortrijk, Sted. Musea;
- Leuven, Museum Van der Kelen-Mertens;
- Liège, M.A.M.;
- London, Tate Gallery;
- Maastricht, Bonnefantenmuseum;
- Los Angeles, Paul Getty Museum;
- Minneapolis, The Minneapolis Institute of Art;
- New York, Salomon R. Guggenheimmuseum;
- Oostende, Kunstmuseum aan Zee (verz. Stad Oostende);
- Oostende, Ensorhuis;
- Otterlo, Rijksmuseum Kröller-Müller;
- Paris, Bibliothèque nationale;
- Paris, Musée des Arts décoratifs;
- Paris, Musée du Louvre;
- Paris, Musée d’Art Moderne;
- Paris, Musée d’Orsay;
- Rotterdam, Museum voor Schone Kunsten Boymans Van Beuningen;
- Sint-Niklaas, Stedelijk Museum;
- Stuttgart, Staatsgalerie;
- Tel-Aviv, The Tel-Aviv Museum;
- Wien,Albertina;
- Zürich, Kunsthaus.

bibliografie

alleen de voornaamste, recente uitgaven:
- A.. TAEVENIER, James Ensor. Geïllustreerde catalogus van zijn gravures, z.p., 1973;
- R.L. DELEVOY, James Ensor, Antwerpen, 1981:
- J. ELESH, James Ensor. The illustrated Bartsch 141, New York, 1982;
- James Ensor (tentoonstellingscatalogus), Antwerpen (K.Museum voor Schone Kunsten), (1983); Ensor in de Oostendse verzamelingen(tentoonstellingscatalogus, Oostende, 1985;
- James Ensor (tentoonstellingscatalogus, Paris (Petit Palais), 1990;
- X. TRICOT, James Ensor. Catalogue raisonné des peintures, Antwerpen, 1992
- N. HOSTYN, James Ensor. Zes themas in zijn oeuvre (tentoonstellingscat.), Brussel (Nationale Bank van België), 1995.
- N. HOSTYN, James Ensor. Leven en werken, Brugge, 1996;
- P. FLORIZOONE, James Ensor satiricus. De baden van Oostende, Oostende (Venetiaanse Gaanderijen), 1996.
- Van Ensor tot Delvaux (tentoonstellingscat.), Oostende (P.M.M.K.), 1996.
- James Ensor (tentoonstellingscat.), Madrid - Bilbao (Banco Vizcaya), 1996;
- Lexicon van West-Vlaamse beeldende kunstenaars, 5;
- N. HOSTYN, James Ensor. Dal Museum voor Schone Kunsten di Ostenda (tentoonstellingscat.), Milano (Museo della Permanente), 1997.
- James Ensor. Theatre of Masks (tentoonstellingscat.), London (Barbican Art Gallery), 1997.
- P. FLORIZOONE, James Ensor. Riches Heures, Brussel, 1998 (bijgevoegd bij: Stéphane Mallarmé, Poésies, Brussel, 1899 - anastatische herdruk van een exemplaar geïllustreerd door James Ensor).
- Visionarios (tentoonstellingscat.), València, 1998.
- N. HOSTYN, Ensor. De verzameling van het Museum voor Schone Kunsten Oostende, Gent, 1999.
- James Ensor. Visionär der Moderne (tentoonstellingscat.), Albstadt, 1999.
- James Ensor (ed. D. DERREY-CAPON), Lettres à Emma Lambotte, Brussel, 1999. - James Ensor (ed. X. TRICOT), Lettres, Brussel, 1999.
- Ensor (tentoonstellingscat.), Brussel (K.Museum voor Schone Kunsten), 1999.
- 200 jaar verzamelen. Collectieboek Museum voor Schone Kunsten, Gent, 2000.
- From Ensor to Delvaux (tentoonstellingscat.), Himeji, 2000.
- Los XX (tentoonstellingscat.), Madrid, 2001.
- Between Street and Mirror: The Drawings of James Ensor, New York (The Drawing Centre), 2001.
- Allgemeines Künstlerlexikon, 34, München-Leipzig, 2002.
- Marines in confrontatie (tentoonstellingscat.), Oostende (P.M.M.K.), 2003.
- Eric MIN, James Ensor. Een biografie, Antwerpen (Meulenhoff - Manteau), 2008.

musicografie

- C.D. “La Gamme d’Amour” (Shizu Meda, piano), Tokyo, 1991
- C.D. “La Gamme d’Amour” (Suzanne Deneve, piano), Brussel (Radio 3), 1999 (bevat ook een fragment stemopname).

musicografie

Beeldbank Oostende, thema James Ensor

laatst gewijzigd

08.04.2010