Toelichting door prof. dr. Luc François (2000)

Boeiend en verantwoord historisch onderzoek is een proces dat vertrekt vanuit een vraag en dat leidt tot een antwoord. Uitgaan van een gerichte vraagstelling maakt geschiedschrijving los van het verzamelen en beschrijven van anekdotes en weetjes. Het besluit van de ene auteur wordt dan een hypothese voor de andere. De beschrijving van gebeurtenissen uit het verleden bekrachtigt dan argumenten en ondersteunt redeneringen. Weten wat in het verleden is gebeurd, is dan niet langer een doel op zich, maar wordt een middel om tot een duidelijker en genuanceerder in het menselijk handelen te komen.

Deze probleemstellende benadering veronderstelt uiteraard dat er elementen voor de bewijsvoering en gegevens voor het vinden van een antwoord voorhanden zijn. De historicus vindt deze elementen en gegevens in het bronnenmateriaal en in bestaande publicaties. Het overzicht van het bronnenmateriaal in verband met Oostende is voortreffelijk bijeengebracht door Claudia Vermaut in haar Archiefgids. Een overzicht van bronnen van en over Oostende. Oostende, Stadsarchief Oostende, 1998, 113 p. (Oostendse Historische Publicaties, 1). Voorliggende bibliografie heeft tot doel de geïnteresseerde lezer en de historicus een overzicht te bieden van wat reeds eerder over de geschiedenis van Oostende werd gepubliceerd.

Een bibliografie is uiteraard een selectie uit een veel groter aanbod aan titels. De eerste taak voor de werkgroep was dan ook het vastleggen van een aantal criteria, op basis waarvan gekozen zou worden. Om het geheel overzichtelijk te houden en om dubbel werk met andere initiatieven te voorkomen, werd beslist dat algemene historische werken (met al dan niet expliciete vermelding van Oostende) niet zouden worden weerhouden : om die op het spoor te komen kan de lezer zich best tot algemene historische bibliografieën wenden. Bronnenpublicaties werden eveneens geweerd, hoe nuttig het ook zou zijn om daarvan een overzicht te hebben. Het opzoeken, bijeenbrengen en weergeven ervan vergt een totaal andere aanpak en dit wordt dus best niet met historische publicaties gemengd. In die optiek werden ook ‘catalogi’ (van tentoonstellingen e.d.m.), voor zover ze geen andere bijdragen bevatten, niet weerhouden. Publicaties van vóór 1800 zijn ook niet opgenomen : in de wereld van de historische bibliografieën worden deze altijd als ‘bronnen’ beschouwd. Tenslotte is het belangrijk te weten dat tijdschriften werden doorgenomen tot en met de jaargang 1998 en dat de boekenproductie werd gevolgd tot en met juni 1999. De strikte toepassing van deze selectiecriteria houdt uiteraard op geen enkel ogenblik een oordeel in over de waarde van de niet opgenomen titels. Het omgekeerde geldt evenmin : opname van een of andere referentie impliceert niet dat de samenstellers daarmee een positieve uitspraak doen over het niveau van deze of gene publicatie. De taak van de bibliograaf is te signaleren wat bestaat.

In een eerste fase van de werkzaamheden brachten alle leden van de werkgroep hun parate kennis over te depouilleren tijdschriften, bibliografieën en veelbelovende collecties spontaan aan. Er werd een minutieuze boekhouding bijgehouden van de aldus doorgenomen ‘vindplaatsen’ en van het resultaat van die prospectie. In een tweede fase werd de rest van het te onderzoeken veld systematisch in kaart gebracht en doorgenomen. Daarna slot werden alle bijeengebrachte titels overlopen (en behouden of geschrapt) en indien nodig aangevuld of gecorrigeerd. In een laatste fase werden de titels geplaatst in het chronologisch/thematisch klassement, dat in de schoot van de werkgroep was tot stand gekomen (zie inhoudstafel). Het voorbeeld van de lopende Bibliografie van de Geschiedenis van België van Romain van Eenoo (zie nr. 0016) was daarbij inspirerend, maar werd aan de Oostendse situatie aangepast.

Het geheel van die bijna zesduizend titels wordt ontsloten via de gedetailleerde inhoudstafel (pp. 5-11) ; de auteursindex (pp. 327-342) en de index rerum (pp. 343-365). Deze laatste bevat de namen van personen en plaatsen en van thema’s, gebeurtenissen, voorwerpen, … die in de titel voorkomen. Deze index is een zgn. enkelvoudige index. Dit wil zeggen dat er voor geopteerd werd om de trefwoorden van deze index zo nauw mogelijk bij de woorden uit de titel te laten aansluiten. Op die manier werd vermeden met kruisreferenties te moeten werken. Dit is niet ingegeven door een het verlangen naar een gemakkelijkheidsoplossing, maar wel door de overweging dat de gebruiker de hem meest voor de hand liggende trefwoorden zal kunnen gebruiken om in de gewenste rubriek terecht te komen. Zo worden bijvoorbeeld de trefwoorden ‘Oostendse Compagnie’ ; ‘Generale … Compagnie’ en ‘Oost-Indië Compagnie’ gebruikt, net zoals in de titels van de publicaties zelf : met welk trefwoord de lezer ook start ; hij komt steeds terecht.

Geen enkele bibliografie is volledig en zeker niet een bibliografie die voor het eerst probeert een onbekend terrein in kaart te brengen. De werkgroep heeft geprobeerd zo secuur mogelijk te werken, maar is er zich van bewust dat vergissingen of vergetelheden niet uitgesloten zijn. Ze houdt zich dan ook aanbevolen voor op- en aanmerkingen en aanvullingen. Geen enkele bibliografie is ook een eindpunt. In de voorbije maanden verschenen alweer een aantal titels die hier niet zijn opgenomen en dit zal in de toekomst uiteraard niet anders zijn. Bezinning en overleg hoe dit werk kan worden verder gezet en bijgehouden zijn dan ook aangewezen. Het samenstellen van een bibliografie is, in tegenstelling tot wat de buitenstaander misschien zou kunnen denken, geen droge of wereldvreemde bezigheid. De gesprekken over het al dan niet weerhouden van een titel en over de chronologisch-thematische plaatsing ervan, waren in de schoot van de werkgroep regelmatig aanleiding tot gedachtenwisselingen over de wijze waarop een fractie van een wetenschappelijke discipline - in dit concrete geval de geschiedschrijving over Oostende – best wordt aangepakt en in kaart gebracht.

Het samenstellen van een bibliografie is bijgevolg geen vrijblijvende bezigheid. Het resultaat van dit soort arbeid toont immers haarscherp aan waar de blinde of verwaarloosde vlekken liggen en waarover reeds heel wat werd gepresteerd. Door analoge of verwante publicaties in een bibliografie samen te brengen, wordt een transparante vergelijking mogelijk en komen eventuele kwaliteitsverschillen onverbiddelijk aan het licht. De geschiedschrijving over Oostende kan er enkel beter door worden.

Bij de aanvang van de werkzaamheden van de werkgroep bleek duidelijk dat de leden hetzelfde doel voor ogen hadden : een bruikbaar en betrouwbaar instrument realiseren om een kwalitatief hoogstaander geschiedschrijving in de toekomst mogelijk te maken. Dat deze leden in de loop van de voorbije jaren en maanden daarbij ook nog vrienden werden, maakte het voor allen des te boeiender en aangenamer.

Prof. dr. Luc François