05. Andere aangespoelde walvissen

De grote blauwe vinvis van Kessel was veruit de indrukwekkendste van alle aangespoelde walvissen, maar zeker niet de enige! We geven nog een overzichtje van enkele andere merkwaardige “aangespoelden”.  

1403
Eén van de vroegste vermeldingen vinden we terug in het boek “Nauwkeurige Beschrijving der Oude en Beroemde Zeestad Oostende” van J. Bowens, uit 1792. Bowens beschrijft hoe hij in “D’Excellente Kronyke van Vlaenderen” gelezen heeft dat er in 1403 tijdens een zware storm voor de kust van Oostende acht walvissen aangespoeld waren. Elke walvis zou zeventig voet (22 m) lang geweest zijn en uit elke walvis werd vierentwintig ton spek getrokken. De gebeurtenis werd in de Kroniek vereeuwigd met deze verzen: “Oosthende weet dat Brixius nachte, Gevangen wierden Walvisschen achte.”

1827
De beroemde “Koninklijke Walvis van Oostende” spoelt aan.  

1885
Op 8 februari 1885 spoelde een walviskreng aan op het strand ten oosten van de Oostendse havengeul (’t Sas). Het kadaver was eerder door een Franse visserssloep op sleeptouw genomen. Ook deze keer kwamen veel nieuwsgierigen naar Oostende om de aangespoelde walvis te bekijken. Kunstschilder François Musin vereeuwigde het gebeuren zelfs in een “pochade”, een olieverfschilderijtje in zakformaat.

1892

Op 18 oktober 1892 vinden een aantal Oostendse vissers een dode walvis op zee. Ze proberen om het kadaver de haven binnen te slepen om er een bijkomende bron van inkomsten aan te hebben. Een walvis trok immers altijd veel volk! Maar de medische dienst van de stad belette de vissers om het half verrotte karkas (dat ondertussen al erg begon te stinken) midden in de stad te brengen. Het kreng mocht enkel aan wal gebracht worden ter hoogte van de huidige vuurtoren en op voorwaarde dat de organen uit het dier zouden verwijderd en begraven worden. Men zou een dag later aan deze klus beginnen, maar tijdens de nacht spoelde het kadaver bij hoogtij weer naar volle zee. Bij het volgende tij spoelde het uiteindelijk een aantal kilometers verder op het strand van Bredene aan. De walvis werd daar een tijdje tentoongesteld, maar toen er tyfus uitbrak werd het kadaver met de vinger gewezen en moest het verbrand worden. De overblijfselen werden onder het zand begraven.

 

Klik hier om terug te keren naar het begin.



Bronnen:

- KLAUSING, Jef. Het groot Oostendsch liedtboeck: liedjes en deuntjes van, uit en over Oostende. Aartrijke, E. Decock, 1991, pp. 495-506
- BOWENS, Jacobus. Nauwkeurige Beschrijving der Oude en Beroemde Zeestad Oostende(...). Facsimile uitgave, Drukkerij Goekint, Oostende, 1981, p 17
- HOSTYN, Norbert. 'De walvis van 1885, gezien door J. Ensor?'. De Plate, XXI, 1992, pp. 201-203